Nieuws

Klaarstomen voor de verkoop of toch voor de kinderen.... Opvolgingsperikelen binnen het familiebedrijf, artikel Eindhovens Dagblad

23 mrt 2016

Een persoonlijk en herkenbaar artikel over onze directeur, Jac van Stratum. Het gaat over de opvolgingsperikelen binnen zijn familiebedrijf, Van Stratum Techniek B.V.

Klaarstomen voor de verkoop of toch voor de kinderen

Van Stratum Techniek in Geldrop
familie: Van Stratum
Jaar van oprichting: 1922

In de persoon van directeur Jac van Stratum (49) is de derde generatie van de familie aan het roer. Van Stratum Techniek verzorgt service, onderhoud en beheer van elektrotechnische installaties voor bedrijven en instellingen. Klanten als DAF, Peijnenburg en het St. Anna Ziekenhuis gaan al decennialang mee. Het bedrijf heeft 28 medewerkers.

Zijn opa begon het bedrijf. „Hij was knecht in dienst van een elektricien die uit een elektriciteitspaal viel en overleed. Mijn overgrootvader heeft voor mijn opa het bedrijf opgericht omdat hij nog geen 18 jaar oud was.”
Voor Jac van Stratum was een carrière in het familiebedrijf in elektrotechniek geen uitgemaakte zaak. Hij had de duw van zijn vader nodig. „Ik kwam van de Mavo en wist niet wat ik wilde. Mijn vader heeft me toen een middag meegenomen naar de MTS. Daar is mijn interesse gewekt.”
Van Stratum begon gewoon als monteur op de werkvloer en werd op 35-jarige leeftijd directeur. Daar ging nog wel een en ander aan vooraf. „Mijn vader stopte in 1992 op 57-jarige leeftijd om meer aandacht aan mijn moeder te kunnen besteden die ernstig ziek geweest was. Ik was 26 jaar, drie jaar in dienst en te onervaren om het bedrijf over te nemen. Tien jaar lang hebben we een externe directeur gehad. Ik ben anderhalf jaar elders gaan werken toen het niet boterde tussen de directeur en zijn adjunct. Daar konden ze mij op dat moment niet bij hebben. In 2002 ben ik teruggekomen. Het bedrijf was ondertussen verliesgevend. Ik heb mijn vader gezegd mijn kans te willen grijpen en heb een plan geschreven. Ik vond het bedrijf te mooi om zomaar kapot te laten gaan.”

‘Jac gaat het overnemen’ was de mededeling van vader Tinus tijdens de zondagse koffiebijeenkomst. Zijn broer en twee zussen - ieder ook zakelijk actief geworden - feliciteerden hem.
De aandelen van zijn vader nam hij vijf jaar later over. „Mijn vader was niet meer bij de uitvoering betrokken maar was wel de bankier van het bedrijf. Dan ga je het over de prijs hebben. Ik heb het namelijk niet cadeau gekregen. Voor mijn vader is het een puur zakelijke transactie geweest. Hij wilde zijn kinderen gelijk behandelen.”

Ik weet niet of je kinderen nog moet motiveren of sturen zoals mijn vader met mij heeft gedaan

Vader kon het bedrijf goed loslaten. „Ik moest natuurlijk wel rapporteren over de resultaten. Het is sneller goed gegaan dan gedacht. We zaten met drie jonge honden in de leiding en hebben toen bewust een oudere, ervaren dame aangesteld als financieel manager. Mijn vader is nooit op mijn stoel gaan zitten. Dat is op zich knap. Ik sta er nu wel bij stil. Hoe zit ik er zelf in? Ik heb kinderen van 8, 10 en 12. Ik zie bij alle drie wel bepaalde potenties maar we moeten zien hoe zich dat gaat ontwikkelen.”

Ambitie

Om de paar jaar schrijft hij een toekomstplan. „We zijn nu te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet. We willen het beste service- en onderhoudsbedrijf van de regio worden. Ik heb de ambitie om het bedrijf uit te bouwen naar 50 medewerkers. Maar ga ik het dan klaarstomen voor verkoop aan een andere partij? Of behouden voor mijn kinderen? Dat is een vraagstuk waar ik nog niet uit ben. Ik weet niet of je kinderen nog moet motiveren of sturen zoals mijn vader met mij heeft gedaan. Ik weet niet of Van Stratum Techniek over tien jaar nog van de familie is. Als mijn kinderen het zouden willen en kunnen is dat prima. Maar de eigen keus van de kinderen gaat voor mij prevaleren.”
Het roept de vraag op hoeveel emotie hij heeft bij het familiebedrijf, opgericht door opa en overgenomen van vader.
„Het is nu mijn tent. Ik hoef alleen naar beneden te kijken. Ik ben trots op dit bedrijf met alles wat ik op mijn pad heb gehad. Maar een bedrijf is een bedrijf. Tot wanneer blijf je het een familiebedrijf noemen? Ik weet het niet. Ik voel me familiebedrijf, als je het hebt over betrokkenheid bij medewerkers, een bestekje brengen als iemand een kind heeft gekregen. Maar er moet ook gewoon winst worden gemaakt. Over zes jaar bestaan we 100 jaar. Dat ga ik meemaken. Bij een eventuele verkoop hoef ik niet zelf afscheid te nemen. Bij dat 100-jarig bestaan zit wel een gevoel. Er zijn niet veel Geldropse bedrijven van 100 jaar of ouder.”

Terug naar het overzicht